SO-bovenbouw A

Opening school Bruëlisstraat

 

 

 

STIP

 

De moppereend!

 

 

 

 

STIP voor so en vso

STIP baseert zich op de doelen uit de leerlijn sociale competentie voor 4 – 20 jarige zeer moeilijk lerenden. STIP heeft als doel dat de leerling gewenst sociaal gedrag vertoont op school, op het werk, thuis en op het dagverblijf en dat hij positieve relaties ontwikkelt met mensen uit de omgeving om zo optimaal mogelijk te functioneren in onze maatschappij. De methode STIP is speciaal ontwikkeld voor het (v)so-onderwijs.

Algemeen

STIP is een methode waarmee structureel aandacht wordt gegeven aan de sociale competentie gedurende de totale schoolperiode. Dit is voor -Ieerlingen van essentieel belang voor het leren meedoen in de samenleving. De methode STIP is gebaseerd op een heldere leerlijn met aangepaste kerndoelen voor het speciaal onderwijs. De leerlijn geeft inzicht in wat haalbaar is en waar je met elke leerling aan werkt.

STIP so

De leerdoelen van STIP kunnen behaald worden op 3 niveaus. Daarnaast zijn er didactische aanwijzingen voor leerlingen met autisme en adhd. Een brief voor thuis informeert het thuisfront over de lessen op school.
De lesstof voor het so gaat over de volgende onderwerpen:

  • jezelf kennen en waarderen
  • goed voor jezelf zorgen
  • omgaan met gevoelens
  • aardig zijn en rekening houden met elkaar
  • positieve relaties
  • omgaan met een taak
  • hanteren van gespreks- en luistervaardigheden

STIP vso

Elke vso-deel bestaat uit 10 projecten, die in twee schooljaren uitgevoerd kunnen worden. De thema’s van deze projecten komen overeen met de methode FoToTaal. Elk project bestaat uit 6 weken. Per week worden twee lessen gegeven. Ieder pakket bestaat uit een les en een portfolio-opdracht. Met de portfolio-opdracht oefent de leerling om de stof in een reële situatie toe te passen.

 

Sociale competentie

Het begrip ‘sociale competentie’ omvat sociale kennis en vaardigheden, bijvoorbeeld het zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken en anderen helpen.

Om je sociaal competent te kunnen gedragen, heb je kennis, vaardigheden en een juiste houding nodig. Kennis heeft te maken met ‘weten en kennen’. Vaardigheden hebben te maken met ‘doen en kunnen’, en houding heeft te maken met ‘willen en durven’. Bijvoorbeeld, je moet niet alleen weten wanneer en hoe je ‘sorry’ zegt, je moet het willen en durven zeggen en het vervolgens ook doen.

 

 

Gewoon waar het kan... Speciaal waar het moet!